Turboliquidatie

Rechtsvraag :

Is bestuurder van de vennootschap aansprakelijk indien er sprake is van een turbo-liquidatie van een vennootschap die nog schulden heeft.

Rechtbank Noord-Holland, 3 april 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:10523

Rechtsvraag:

Is bestuurder van de vennootschap aansprakelijk indien er sprake is van een turbo-liquidatie van een vennootschap die nog schulden heeft.

Casus:

Op 1 juni 2012 is X B.V. opgericht door haar bestuurder Y B.V.  De heer A is bestuurder van Y B.V. Gedurende de oprichtingsfase van X B.V. sluit Y B.V. diverse autoleasecontracten met een leasemaatschappij. Ten tijde van het sluiten van deze contracten is de financiële positie van X B.V. positief en maakt zij winst. Een jaar later wordt door de aandeelhouder van X B.V. geconcludeerd dat X B.V. geen baten meer kent en neemt het besluit tot ontbinding van X B.V. Er zal een turboliquidatie plaatsvinden. Dit is een liquidatie waarbij ten tijde van het nemen van het besluit tot ontbinding geen baten meer in de vennootschap aanwezig zijn zodat de rechtspersoon direct ophoudt te bestaan, conform art. 2:19 lid 4 BW. Daardoor zijn de regelingen omtrent vereffening met het recht tot verzet van schuldeiser niet van toepassing. Op het moment dat het ontbindingsbesluit is genomen heeft X B.V. nog schulden aan de leasemaatschappij. Deze laatste stelt de bestuurder van X B.V., te weten Y B.V. alsmede diens bestuurder, de heer A, aansprakelijk voor schade die de leasemaatschappij heeft geleden.

Oordeel rechtbank:

Een turboliquidatie van een vennootschap is volgens vaste jurisprudentie onrechtmatig tegenover schuldeisers indien er geen baten meer aanwezig zijn maar nog wel schulden. De bestuurder van X B.V. is voor dit onrechtmatig handelen aansprakelijk voor schade die de leasemaatschappij heeft geleden. Van belang is echter de omvang van de schade. De leasemaatschappij stelt dat dit bedrag gelijk is aan haar openstaande vordering. De rechtbank oordeelt echter dat nergens uit blijkt dat de vordering wel zou zijn voldaan indien X B.V. op een correcte wijze zou zijn vereffend. Er was geen sprake meer van baten, zodat de vordering niet uit het vermogen van X B.V. kon worden voldaan. In dat geval zou er een faillissement moeten worden aangevraagd. De kans dat de leasemaatschappij dan iets van haar vordering uitgekeerd zou hebben gezien is echter erg klein. Het niet betaald krijgen van de vordering is echter niet voldoende om aan te nemen dat de schuldeiser daadwerkelijk schade heeft ondervonden van de turboliquidatie. Er is pas sprake van schade indien de vordering (deels) wel zou zijn betaald als de rechtspersoon op de juiste wijze was vereffend.

Belang rechtspraktijk:

Een turboliquidatie kan onrechtmatig zijn jegens schuldeisers van een vennootschap. De bestuurder van de vennootschap kan aansprakelijk worden gehouden voor de schade die de schuldeiser dientengevolge lijdt. Van belang is echter wel of de schuldeiser slechter af is door een turboliquidatie dan door een faillissement van de betrokken vennootschap. Indien hier van geen sprake is zal een vordering op grond van bestuursaansprakelijkheid worden afgewezen. Echter, indien er sprake is van een faillissement zal een curator het gevoerde beleid door de bestuurders onderzoeken alsmede kunnen vaststellen of er daadwerkelijk geen baten meer zijn. Bij een turbo-liquidatie moet een schuldeiser afgaan op de verklaringen van een bestuurder dat er daadwerkelijk geen baten meer zijn. Hij heeft geen inzage in de boeken om dit voor zichzelf te kunnen bevestigen. Schuldeisers kunnen ook een heropening van de vereffening vorderen indien zij voldoende aannemelijk maar dat de rechtspersoon een potentiële bate heeft.

Een vordering op grond van onrechtmatige daad wegens het laten plaatsvinden van een turbo-liquidatie heeft alleen dan kans van slagen indien naast een potentiële bate er ook een causaal verband tussen het achterwege laten van de vereffening na ontbinding en de gestelde schade kan worden aangetoond ( zie ook Rechtbank Arnhem 26 juli 2006, Rechtbank Den Bosch 21 maart 2012 en Rechtbank Rotterdam 20 november 2013 en Rechtbank Overijssel 12 maart 2014). Het niet betaald krijgen van de vordering is echter niet voldoende om aan te nemen dat de schuldeiser daadwerkelijk schade heeft ondervonden van de turboliquidatie. Er is pas sprake van schade indien de vordering (deels) wel zou zijn betaald als de rechtspersoon op de juiste wijze was vereffend.

Een vraag over

Turboliquidatie

Stel direct uw vraag.

Ondernemingsrecht

Betaal minder belasting met de Vrijgestelde Beleggingsinstelling

Heeft u een vennootschap waarin geen activiteiten zitten maar wel veel liquide middelen (geld en/of beleggingen), dan is het onder bepaalde voorwaarden mogelijk dat deze…..

Lees bericht verder

Ondernemingsrecht

Fusies en splitsingen, hoe zit dat nu precies?!

Of heeft u juist één BV met meerdere activiteiten die u wilt opdelen in twee verschillende BV’s? Dit kan door middel van een splitsing. De…..

Lees bericht verder

Ondernemingsrecht

Aandeelhoudersovereenkomst: handig of papierwerk van juristen

Deze spelregels staan in de statuten van de BV. Kent een BV meer dan één aandeelhouder, dan zijn deze spelregels erg interessant. Vaak wordt er…..

Lees bericht verder

Ondernemingsrecht

Bestuursaansprakelijkheid en taakverdeling website

Rechtbank Oost Brabant 17-12-2015 ECLI:NL:RBOB:2014:8100 Casus Vast staat dat bestuurder X van Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant (BJZ) zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld bij het sluiten…..

Lees bericht verder