Het is Woensdag   14:32 Wij zijn geopend!

Rechtsvraag : Is een bestuurder een persoonlijk ernstig verwijt te maken  indien de vereffening bij ontbinding achterwege is gebleven, indien de bestuurder wist of redelijkerwijze hadden behoren te weten dat de vennootschap, anders dan bij de Kamer van Koophandel opgegeven, wel baten had?

Casus:

Gedaagde sub 2 is bestuurder van Invent Business Software. Invent Business Software was bestuurder van Valar Groep B.V. (Valar Groep).

Helion Chemie heeft op 3 januari 2012 Valar Groep gedagvaard en daarbij schadevergoeding gevorderd op grond van wanprestatie. De rechtbank Rotterdam heeft bij tussenvonnis op  29 augustus 2012 geoordeeld dat Valar Groep wanprestatie heeft gepleegd en dat Helion Chemie terecht de tussen partijen gesloten overeenkomst heeft ontbonden. De rechtbank heeft vervolgens bij vonnis van 5 juni 2013 Valar Groep veroordeeld tot betaling van een bedrag van in totaal € 51.858- (ten tijde van de dagvaarding van de onderhavige zaak). De algemene vergadering heeft op 31 januari 2013, dus na het tussenvonnis maar voor het eindvonnis, het besluit genomen tot ontbinding van Valar Groep. Invent Business Software heeft op 4 februari 2013  – in persoon van gedaagde sub 2 – als bestuurder van Valar Groep op grond van art. 2:19 lid 3 en 4 BW aan het handelsregister van de Kamer van Koophandel opgaaf gedaan van de ontbinding van Valar Groep en van de omstandigheid dat Valar Groep ten tijde van de ontbinding geen baten meer had. Er heeft dus geen vereffening van de ontbonden vennootschap Valar Groep plaatsgehad.

Uitspraak:

De rechtbank oordeelt hier dat er mogelijk sprake is van aansprakelijkheid van een bestuurder, indien een bestuurder heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke verplichtingen -in dit geval in het kader van de vereffening- niet nakomt. In het algemeen mag alleen dan worden aangenomen dat de bestuurder jegens de schuldeiser van de vennootschap onrechtmatig heeft gehandeld waar hem, mede gelet op zijn verplichting tot een behoorlijke taakuitoefening als bedoeld in artikel 2:9 BW, een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt. Daarvan is sprake indien het handelen of nalaten als bestuurder ten opzichte van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Van een dergelijk ernstig verwijt zal in ieder geval sprake kunnen zijn als komt vast te staan dat de bestuurder wist of redelijkerwijze had behoren te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat deze haar verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade. Er kunnen zich echter ook andere omstandigheden voordoen op grond waarvan een ernstig persoonlijk verwijt kan worden aangenomen.

De enkele omstandigheid dat Invent Business Software en gedaagde sub 2, bij het achterwege laten van de vereffening op de hoogte waren, althans behoorden te zijn, van de vordering van Helion Chemie op Valar Groep is volgens de rechtbank niet als persoonlijk ernstig verwijst aan te merken. Art. 2:19 lid 4 BW verbiedt het achterwege late van vereffening in dit geval niet.

De rechtbank oordeelt wel dat van het achterwege laten van vereffening met als gevolg dat Valar Groep ophoudt te bestaan aan Invent Business Software en [gedaagde sub 2] een persoonlijk ernstig verwijt is te maken indien zij wisten of redelijkerwijze hadden behoren te weten dat Valar Groep, anders dan zij aan de Kamer van Koophandel opgaven, wel baten had. In dat geval bewerkstelligen zij immers door hun opgave dat Valar Groep zonder vereffening ophoudt te bestaan en Helion Chemie vervolgens haar vordering niet op Valar Groep kan verhalen, al of niet na een faillissementsaanvraag. Zij overschrijden alsdan de in acht te nemen zorgvuldigheid c.q. zij veronachtzamen alsdan ten onrechte de belangen van Helion Chemie, als schuldeiser van Valar Groep. De omstandigheid dat Helion Chemie via een verzoek om (her)opening van de vereffening zou kunnen verzoeken of het faillissement van Valar Groep zou kunnen aanvragen leidt er in dat geval niet toe dat moet worden geoordeeld dat het causaal verband tussen het achterwege laten van vereffening en het onverhaalbaar zijn van de vordering van Helion Chemie in zodanig verwijderd verband met elkaar staan, dat dit niet als een gevolg van dat handelen (nalaten) aan Invent Business Software en gedaagde sub 2 kan worden toegerekend. De directe, dominante oorzaak van het onverhaalbaar zijn blijft dan immers het niet vereffenen terwijl er wel baten zijn. De omstandigheid dat, indien er wel baten zijn, de schade van Helion Chemie ook haar oorzaak vindt in het achterwege laten van een verzoek om (her)opening van de vereffening of het aanvragen van een faillissement heeft als verder verwijderde oorzaak te gelden en doorbreekt alsdan het causaal verband tussen het achterwege laten van vereffening door Invent Business Software en gedaagde sub 2 en de schade van Helion Chemie niet.

Belang voor de rechtspraktijk:

In deze uitspraak refereert de rechtbank naar hetgeen de Hoge Raad in het Ontvanger/Roelofsen (8 december 2006, LJN AZ0758, NJ 2006, 659NJ 2006, 659) heeft overwogen. De Hoge Raad overwoog dat er grond is voor aansprakelijkheid van de bestuurder, indien die bestuurder (i) namens de vennootschap heeft gehandeld dan wel (ii) heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt. In beide gevallen mag in het algemeen alleen dan worden aangenomen dat de bestuurder jegens de schuldeiser van de vennootschap onrechtmatig heeft gehandeld waar hem, mede gelet op zijn verplichting tot een behoorlijke taakuitoefening als bedoeld in art. 2:9 BW, een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt. In lijn met deze uitspraak oordeelt de rechtbank dat er sprake is van een ernstig verwijt als een bestuurder de vereffening achterwege laat, indien zij weet of redelijkerwijze behoorde te weten, dat er nog baten zijn. Gelet hierop is van belang dat een bestuurder goed onderzoekt of er nog baten zijn, voordat er tot een turbo-liquidatie wordt overgegaan, omdat de bestuurder anders het risico loopt op bestuursaansprakelijkheid.

Aansprakelijkheid bestuurder na turbo liquidatie met baten?

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Begin ruim op tijd met nadenken over bedrijfsopvolging

Bedrijfsopvolging is duidelijk geen zaak van vandaag op morgen. ‘Begin er liefst drie tot vijf jaar vóórdat het zover is over na te denken.

Pandrecht op aandelen in een BV en de bijzondere positie van de pandhouder

Pandrecht is een beperkt zekerheidsrecht dat, net als het recht van hypotheek, de pandhouder de bevoegdheid geeft om het onderpand in geval van verzuim van de schuldenaar openbaar te verkopen.

Testament

Hoe uw persoonlijke (en zakelijke) situatie ook is, voor iedereen is er een passend testament. Het opmaken van een testament is namelijk maatwerk.

Levenstestament

Heeft u er eigenlijk al eens over nagedacht wat er gebeurt als u zelf niet meer in staat bent beslissingen te nemen?

Een vraag over Aansprakelijkheid bestuurder na turbo liquidatie met baten??

Stel direct uw vraag.