WPNR 2004(6578) Uit de praktijk van het Notarieel Juridisch Bureau

Uit de praktijk van het Notarieel Juridisch Bureau

Reactie op “Euroconversie van aandelenkapitaal” van mw. mr. C. Heck-Vink in WPNR (2004) 6566 Euroredenominatie, praktijk en theorie

Naar aanleiding van het recent verschenen artikel van mw. mr. C. Heck-Vink in het WPNR van 21 februari jl. wil ik reageren op de daar geponeerde stelling over euroredenominatie van aandelen.

Ik wil met name de “eenvoudige” euroredenominatie van aandelen bespreken, te weten die euroredenominatie waartoe is besloten met algemene stemmen door alle aandeelhouders tezamen. En om te beginnen, het eenvoudigst, met een enig aandeelhouder.

Allereerst is er de euroredenominatie volgens de wet zonder verklaring van geen bezwaar. Het aantal aandelen moet dan gelijk blijven. De nominale waarde per aandeel wordt van guldens veranderd in euro, met een maximale afwijking van 15% naar boven en naar beneden per aandeel. In dit geval wordt dan een euroreserve c.q. negatieve bijschrijvingsreserve gevormd.

In veel gevallen leidt dit tot een onhandig aantal aandelen. Een veel voorkomend geval voor de B.V. is een aandelenkapitaal van 40.000 aandelen van f. 1,– welke worden omgezet in 40.000 aandelen van bijvoorbeeld T 0,45. Mocht daarom besloten worden gelijktijdig de aandelen te redenomineren zodat het aantal en de nominale waarde ook wijzigt, dan is de vraag hoe dit vorm te geven.

Allereerst de onomstreden weg.

(Methode A)

1. Statutenwijziging waarbij alle 40.000 aandelen van f. 1,– worden omgezet in één aandeel van f. 40.000,-. Het maatschappelijk kapitaal moet dan bestaan uit maximaal vijf aandelen. Hiervoor is een verklaring van geen bezwaar nodig.
2. Vervolgens wordt met gebruikmaking van de euroomzetting artikelen (2:67a en b BW en 2:178 a en b BW) middels statutenwijziging het ene aandeel omgezet in één aandeel in euro, met het creëren van een euroreserve indien het een aandeel van bijv. Eur 18.000,– wordt of een bijschrijvingsreserve indien het een aandeel van bijv. Eur 20.000,– wordt en de reserves onvoldoende zijn. Bij deze statutenwijziging dienen alle in de statuten vermelde bedragen omgezet te worden in euro.
3. Daarna wordt middels statutenwijziging het ene aandeel van Eur 18.000,– c.q. Eur 20.000 gesplitst in 18.000 c.q. 20.000 aandelen van elk Eur 1,–.

Een andere volgorde is ook mogelijk.

(Methode B)

Omdat deze procedure wel erg omslachtig is zijn er een aantal kantoren die deze weg vermelden in één akte van statutenwijziging. Meestal worden er dan bepalingen opgenomen waarbij in een tussenzin wordt gemeld dat alvorens de statutenwijziging in werking treedt er eigenlijk nog twee andere statutenwijzigingen hebben plaatsgevonden. Verdere uitwerking vindt vaak niet plaats. Men is dan van mening dat er een ondeelbaar rechtsmoment ontstaat waarop de twee eerdere statutenwijzigingen hun werk doen. En dat alles in één akte. Ook wordt een verklaring van geen bezwaar aangevraagd voor alle statutenwijzigingen. Voor zover mij bekend gaan deze kantoren niet over tot het publiceren van de doorlopende tekst van alle tussentijdse deelstatutenwijzigingen bij het Handels- register. Overigens merkt Dortmond[noot:1] daarover op dat het een eenakter met twee bedrijven is. Tevens wordt lang niet altijd bij stap twee alle bedragen omgezet in euro, hetgeen op grond van de wet wel zou moeten.

Een andere methode (Methode C) gaat kort gezegd als volgt:

1. Ten tijde van deze statutenwijziging zijn geplaatst en gestort 40.000 aandelen van f. 1,– bij partij x.
2. Er is met unanieme stemmen door alle aandeelhouders tezamen besloten over te gaan tot statutenwijziging houdende omzetting van het geplaatst en gestort kapitaal in euro.
3. a. Na statutenwijziging bestaat het geplaatst en gestort kapitaal uit 18.000 aandelen van T 1,–
lk, welke alle worden gehouden door partij x. Voor het verschil tussen het oorspronkelijk geplaatst en gestort kapitaal en het na statutenwijziging geplaatst en gestort kapitaal wordt een euroreserve aangehouden. of
b. Na statutenwijziging bestaat het geplaatst en gestort kapitaal uit 20.000 aandelen van één euro elk, welke alle worden gehouden door partij x. Het verschil tussen het oorspronkelijk geplaatst en gestort kapitaal en het na statutenwijziging geplaatst en gestort kapitaal wordt voldaan uit de vrij uitkeerbare reserves en voorzover deze onvoldoende zijn wordt een bijschrijvings- reserve gevormd.

Let wel, zowel bij 3.a als 3.b mag de wijziging van het geplaatst en gestort kapitaal niet meer dan 15% bedragen en mag het geplaatst en gestort kapitaal niet onder het minimumkapitaal komen.

Ook in dit geval is een verklaring van geen bezwaar noodzakelijk.

Uit de hiervoor vermelde bijdrage aan het WPNR concludeer ik dat mw. mr. Heck-Vink laatstgemelde methode C als mogelijk nietig beschouwd.

Het uiteindelijk ontstane aantal aandelen komt namelijk uit de lucht vallen. Een splitsing of samenvoeging is in de akte niet genoemd.

Mijns inziens is deze stelling niet juist. Allereerst niet omdat meerdere statutenwijzigingen in een akte welke alle gelijktijdig in werking treden niet tot de mogelijkheden behoort (Methode B). Het is mijns inziens wel mogelijk om onder tijdsbepaling of opschortende voorwaarde een statuut op onderdelen te wijzigen. Dit moet dan wel volledig worden uitgewerkt, inclusief deponering van elke doorlopende tekst van de tussenliggende statuten bij het Handelsregister.

Indien blijkt dat de eenakter in twee bedrijven niet mogelijk is zouden alle genomen tussenstappen in methode B voor niet geschreven gehouden moeten worden. Methode B komt dan op hetzelfde neer als Methode C. Bovendien was deze methode van conversie ook voor de invoering van de euro al gangbare praktijk. Het bij de geruisloze inbreng ontstane kapitaal bij de enig aandeelhouder van 396.543 aandelen van elk f. 1,–, ofwel f. 396.543,– werd omgezet met kapitaalsverminderings- procedure in 40.000 aandelen van elk f. 1,–.

Daarenboven wordt in de Memorie van Toelichting[noot:2] bij de invoering van het nieuwe artikel 2:67 a/2:178a BW nog gemeld:

Een keuze voor samenvoeging, splitsing, of een geheel nieuwe kapitaalstructuur (cursivering AWV) blijft onderworpen aan het bepaalde in artikel 2:67b/178b. Daarvoor blijven de gebruikelijke voorschriften gelden. Uit de gecursiveerde toevoeging leid ik af dat Methode C blijkbaar mogelijk is, zonder eerst tot samenvoeging of splitsing over te gaan.

Wat zijn aandelen nu precies. Vijftig jaar geleden was het antwoord eenduidig. Een vennootschap was een overeenkomst en een aandeel een daaruit voortvloeiend recht. “Kapitaal is onlosbare vennootschappelijke schuld. Zij wordt beheerst door de regelen der vennootschapsovereenkomst” schrijft Van der Grinten.[noot:3]

Door wijziging van de overeenkomst kon dus ook het aandeel wijzigen. Een omzetting als bedoeld in methode C zou dus ook kunnen.

Na de door Van der Grinten ingezette institutionalisering van de vennootschap werd het antwoord minder duidelijk. Het antwoord van Van der Grinten is dan:

“Kapitaal is onlosbare vennootschappelijke schuld. Zij wordt beheerst door de regelen der vennootschap.”[noot:4]

Uit de wet blijkt dat een aandeel een voor zelfstandige overdracht vatbaar vermogensrecht is. Tevens zijn aandelen de gedeelten waarin het maatschappelijk kapitaal is verdeeld. Elk aandeel deelt in de winst en heeft ten minste een stem.

Alle rechten behorend bij een aandeel zijn omschreven in de wet of de statuten. De vraag die gesteld kan worden is of de rechten verbonden aan een aandeel dan ook bij een statutenwijziging gewijzigd kunnen worden. Deze vraag kan bevestigend worden beantwoord. Middels statutenwijziging en notariële akte kunnen aandelen worden omgevormd van aandelen in de ene soort en aandelen in een andere soort. Voorts kan de nominale waarde van de aandelen ook worden verminderd middels statutenwijziging. Ook kon altijd al de nominale waarde van de aandelen worden verhoogd bij statutenwijziging.[noot:5] Dit staat nu ook in de artikelen 2:67a en 2:178a BW met zoveel woorden vermeld. Middels statutenwijziging en conversie kunnen dus zelfs de meest essentiële rechten verbonden aan aandelen worden gewijzigd.

Aan een aandeelhouder kan niet, zelfs niet door wijziging van de statuten, tegen zijn wil enige verplichting boven de storting tot het nominale bedrag van het aandeel worden opgelegd. Indien de aandeelhouder hiermee instemt is dit blijkbaar wel mogelijk. Bij unanimiteit van alle aandeelhouders levert dus ook dit artikel geen bezwaar op.

Blijkens de huidige euroredenominatie artikelen kan ook uitstoting van een aandeelhouder plaatsvinden. Dat bete- kent dat zijn aandeel gewoon verdwijnt. Er is geen sprake van samenvoeging en splitsing van het/de door deze aandeelhouder gehouden aandeel/aandelen.

Ik zie dan ook geen enkele belemmering voor methode C om het totale geplaatste kapitaal om te vormen binnen de 15% grens bij de euroredenominatie als alle aandeelhouders daarmee instemmen en dit op een duidelijke wijze bij notariële akte wordt vastgelegd. In alle gevallen is hetzelfde resultaat te bereiken middels samenvoeging en splitsing.

Bosse[noot:6] stelt overigens dat een vermindering van het nominale bedrag per aandeel zonder wijziging van het geplaatst kapitaal ook bij statutenwijziging kan. Dus meer aandelen terwijl het geplaatst kapitaal hetzelfde blijft. Zo ook Dortmond en Zaman.[noot:7] En dat kan zonder uitgifte. Ik deel deze mening. Anders Van den Ingh[noot:8] die vindt dat een formele emissie van aandelen dient plaats te vinden. Indien men uitgaat van het standpunt dat aandelen onveranderbare vermogensrechten zijn, dan zal ook een omzetting niet kunnen. Om aandelen van de ene soort om te vormen in de andere zou een combinatie van statutenwijziging met creatie van de nieuwe soort, inkoop van de aandelen en vervolgens een emissie van de nieuwe moeten plaatsvinden. Een stelling die veel te ver gaat en ook geen grond vindt in de wet en de rechtshistorie.

Om misverstanden te voorkomen pleit ik er met Bosse voor de aandeelhouders met vermelding van de door hun gehouden aantallen aandelen en de soort voor en na statutenwijziging te vermelden, zodat traceerbaar is wat de uitgangspositie en het eindresultaat is. Dit voorkomt veel problemen in de vermelding van de voorafgaande verkrijging voor collega’s bij overdracht van aandelen.

Om fiscale en civiel juridische redenen zal de onderlinge aandelenverhouding meestal hetzelfde blijven. Alsdan zie ik geen enkel probleem. Natuurlijk zal bij kapitaalvermindering de daarvoor geëigende procedure moeten worden gevolgd en bij verhoging van het kapitaal zullen de aandeelhouders moeten bijstorten voorzover het kapitaal buiten de 15% grens wordt verhoogd. En er is altijd een verklaring van geen bezwaar nodig als niet alleen de nominale waarde maar ook het aantal aandelen gewijzigd wordt.

Indien de onderlinge aandelenverhouding wijzigt ontstaat de uitzettingsproblematiek van aandeelhouders.

In de Memorie van Toelichting wordt de uitstoting van aandeelhouders bij splitsing en samenvoeging bij euroomzetting besproken (een novum). Daarin wordt een grens van maximaal 10% gelegd. Bij een kapitaalverminderingsprocedure met een aandelenkapitaal in guldens waarbij gelijktijdig gebruik wordt gemaakt van een euroredenominatie zou dit volgens Van Olffen[noot:9] kunnen leiden tot de noodzaak van twee statutenwijzigingen, welke zijns inziens in een akte kunnen plaatsvinden. Ook in geval er maar één aandeelhouder is. Dortmond deelt deze mening niet omdat dezelfde persoon enig aandeelhouder blijft en hieraan geen afbreuk van rechten kan ondervinden. Op dezelfde wijze zou dit mijns inziens bij meerdere aandeelhouders gelden indien hun onderlinge aandelenverhou- ding en de verhouding van de gehouden soort niet wijzigt.

Conclusie.

Methode A en C zijn beide mogelijk. In tegenstelling tot hetgeen mw. Heck-Vink stelt kunnen aandelen bij een euroredenominatie ontstaan zonder eerst samen te voegen en vervolgens te splitsen. De in methode B gemaakte tussenstappen van samenvoeging en splitsing zijn naar mijn mening niet rechtsgeldig. Als deze dan voor niet geschreven worden gehouden resteert Methode C. Er hoeft bij geen van de methoden gevreesd te worden voor nietige akten en nietige besluitvorming.

(discussie wordt vervolgd)

A.H.G. Wilod Versprille, notaris te Veenendaal

[1]

Ondernemingsrecht 2001-14.

[2]

Kamerstukken 26 823, nr. 5 pag 4/5.

[3]

Handboek voor de N.V. naar Nederlands recht. Mr. E.J.J. van der Heijden, bewerkt door W.C.L. van der Grinten, 6e druk.

[4]

Handboek voor de Naamloze en de Besloten vennootschap, 12e druk 1992.

[5]

WPNR (1999) 6348.

[6]

JBN Oktober 2000 nr 80.

[7]

Dortmond (Ondernemingsrecht 1999 blz 354 en 347 en Zaman, Preadvies Vereeniging Handelsrecht 1994 blz 28.)

[8]

Ondernemingsrecht 1999 blz 260 e.v.

[9]

WPNR (2000) 6420.

Uit de praktijk van het Notarieel Juridisch Bureau

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Begin ruim op tijd met nadenken over bedrijfsopvolging

Bedrijfsopvolging is duidelijk geen zaak van vandaag op morgen. ‘Begin er liefst drie tot vijf jaar vóórdat het zover is over na te denken.

Pandrecht op aandelen in een BV en de bijzondere positie van de pandhouder

Pandrecht is een beperkt zekerheidsrecht dat, net als het recht van hypotheek, de pandhouder de bevoegdheid geeft om het onderpand in geval van verzuim van de schuldenaar openbaar te verkopen.

Olenz notarissen is vanaf heden vertegenwoordigd in twee werkgroepen van de Raad van Notarissen in Europa.

De KNB heeft extra (kandidaat-)notarissen als vertegenwoordigers benoemd voor de werkgroepen van de Raad van Notarissen in Europa, de CNUE. De beroepsorganisatie wil op deze manier meer specialisten betrekken bij de buitenlandse lobby.

RICHTLIJNEN VANWEGE COVID 19 (CORONAVIRUS)

Covid 19 richtlijnen van het RIVM en de regering. Wat betekent dat voor U en ons kantoor?

Een vraag over Uit de praktijk van het Notarieel Juridisch Bureau?

Stel direct uw vraag.